Spanje heeft zich bij het Europees kampioenschap voetbal bij de laatste acht geschaard. De formatie van bondscoach Luis Enrique won in Kopenhagen in een wedstrijd die alle kanten op vloog van Kroatië. Na de 3-3 in reguliere speeltijd maakten Álvaro Morata en Mikel Oyarzabal in extra tijd het verschil 5-3.Zo kwam Spanje meerdere tegenslagen te boven. Aanvankelijk moest het land zich herstellen van een grote blunder van doelman Unai Simón. Pedri speelde van buiten het strafschopgebied terug, waarna Simón de wat stuiterende bal van zijn voet liet springen, 0-1.Spanje leek niet onder de indruk. Na een moeizame start op het toernooi, met gelijke spelen tegen Zweden en Polen, begon het in de laatste groepswedstrijd tegen Slowakije (5-0) te draaien. Ongetwijfeld had het te maken met de terugkeer van regisseur Sergio Busquets, die daarvoor had ontbroken wegens een besmetting met het coronavirus.Pablo Sarabia maakte nog voor de rust de 1-1, door hard raak te schieten in de rebound. Chelsea-verdediger César Azpilicueta kopte na bijna een uur de 2-1 binnen, op aangeven van Ferran Torres. Torres leek het duel te beslissen door met een beheerste schuiver voor de 3-1 te zorgen. Tussendoor had Simón met twee fraaie reddingen de gelijkmaker voorkomen.Toch was het niet gedaan. Met een ouderwetse rommelgoal zorgde Mislav Oršic enkele minuten voor tijd voor de 3-2. In blessuretijd sleepte Mario Pašalic er nog een verlenging uit ook voor de verliezend finalist van het laatste wereldkampioenschap.