Het voetbal in Azië riskeert een flinke terugslag omdat de coronapandemie voor instabiliteit en onzekerheid zorgt bij clubs en competities. Jonas Baer-Hoffmann, secretaris van de wereldwijde voetbalvakbond FIFPro, waarschuwt dat daarmee jaren van vooruitgang verloren dreigt te gaan.De Aziatische voetbalcompetities zijn voor een groot deel afhankelijk van de invoer van buitenlandse spelers. Volgens Baer-Hoffmann zijn de stevige loonsverlagingen die clubs doorvoeren vanwege het coronavirus een reden voor voetballers om niet meer in Azië te willen spelen. In Indonesië is bijvoorbeeld besloten om spelerssalarissen fors te verlagen.'Als het geen duurzame carrière is, zullen de spelers niet meer komen. Dat is de realiteit', aldus Baer-Hoffmann. 'Dit zijn bestemmingen waar spelers bang voor kunnen zijn als ze niet zeker zijn dat ze loon ontvangen, als ze niet zeker zijn over clubs die hun contracten respecteren, als ze niet zeker zijn over het functioneren van de competitie.'VoedselhulpNiet alleen spelers van buitenaf worden geraakt in Aziatische competities. Lokale voetballers hadden in sommige landen voedselhulp nodig, stelt Baer-Hoffman. Hij voegde toe dat spelers zich de grote loonsverlagingen in Indonesië, ondanks het feit dat veel clubs zeer rijke eigenaren hebben, 'gewoon niet kunnen veroorloven'.Baer-Hoffmann bekritiseert de Aziatische voetbalbond en stelt dat de regionale instantie niet heeft gereageerd op de behoeften van kwetsbare spelers. De in Hoofddorp gevestigde FIFPro vertegenwoordigt tienduizenden voetballers wereldwijd via 65 nationale spelersverenigingen, waaronder acht in Azië.